Heel wat werknemers rijden rond met een bedrijfswagen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er regelmatig juridische discussies opduiken over de bedrijfswagen. Hier volgt onze top 10:

1. Voordeel in natura of toch niet?

Een voordeel in natura is geen geld, maar wel in geld waardeerbaar en vormt een tegenprestatie voor de geleverde arbeid.

Wanneer de auto enkel mag worden gebruikt voor het werk, is de wagen  geen voordeel in natura en gewoon te beschouwen als arbeidsgereedschap.

Het gebruik van een bedrijfswagen voor privédoeleinden is echter wel een voordeel in natura en maakt dus deel uit van het loonpakket van de werknemer.

2. Deel van de opzeggingsvergoeding?

Bij de berekening van de opzeggingsvergoeding die de werkgever verschuldigd is, moet men niet enkel rekening houden met het naakte maandloon, maar ook met  alle voordelen verworven krachtens de arbeidsovereenkomst. Ook de voordelen in natura moeten mee opgenomen worden in de berekening van de opzeggingsvergoeding. Als de bedrijfswagen dus privé mag worden gebruikt, maakt deze deel van het (jaar)loon en dient men ook rekening te houden met de waarde van dit voordeel bij het berekenen van de opzeggingsvergoeding.

3. Bepalen van de reële waarde van het privégebruik van de wagen

Er bestaat geen wettekst die voorschrijft hoe men de waarde van een bedrijfswagen precies zou moeten begroten. Enkel de werkelijke waarde van het voordeel voor de werknemer om de auto voor privédoeleinden te gebruiken is relevant. Men houdt dus geen rekening met de kostprijs voor de werkgever. De (para)fiscale waardering van het voordeel en de waardering op het loonbriefje zijn dus niet van belang.

Bij het berekenen van de reële genotswaarde van de bedrijfswagen komen in aanmerking: de afschrijvingswaarde van de wagen, de brandstof, de verzekeringen en de wegentaks.

De meeste rechters bepalen geval per geval de waarde die de bedrijfswagen vertegenwoordigt in het loonpakket, waarbij rekening wordt gehouden met alle concrete omstandigheden, onder meer ook met het type voertuig en het mogelijke gebruik van een tankkaart. Veelal kent men een vast forfaitair bedrag toe en klokt men vaak af rond 300-500 euro per maand.

Als de werknemer zelf ook een bijdrage betaalt voor het privégebruik van de wagen, moet dit bedrag in mindering worden gebracht van de (werkelijke) waarde van het voordeel in natura.

Bij het begroten van een opzeggingsvergoeding, zal de rechter sowieso steeds de werkelijke waarde van de bedrijfswagen moeten onderzoeken en als berekeningsbasis voor de opzeggingsvergoeding moeten gebruiken. De rechter is dus niet gebonden door een conventioneel vastgestelde waarde van een voordeel in natura.

Uiteraard kunnen de werkgever en de werknemer, nadat de opzeg is gegeven, wel een contract sluiten over de omvang van de te betalen opzeggingsvergoeding en dus ook desgevallend onderling vrij bepalen wat de waarde is van dit specifieke voordeel in natura.

4. Eenzijdig opeisen van de bedrijfswagen?

Een werkgever mag geen belangrijke eenzijdige wijzigingen brengen aan een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit toch, dan riskeert hij een onrechtmatig ontslag te geven en is hij verplicht een opzeggingsvergoeding te betalen. Aangezien het privégebruik van de bedrijfswagen deel uitmaakt van het loon, kan het verplichten van de werknemer om de auto niet langer privé te gebruiken beschouwd worden als een dergelijke verboden eenzijdige wijziging. De werknemer kan dan stellen dat de werkgever onrechtmatig heeft beëindigd en de betaling van een opzeggingsvergoeding opeisen.
Onderlinge afspraken  over het gebruik van de wagen en wijzigingen met het akkoord van de werknemer, blijven natuurlijk wel mogelijk.

5. Gebruik van de bedrijfswagen bij langdurige ziekte

Wanneer de werknemer langdurig ziek is, wordt de arbeidsovereenkomst geschorst en heeft de werknemer geen recht op loon en valt deze ten laste van de ziekenkas. Nu het privé-gebruik van de wagen ook loon is, verliest de werknemer bij langdurige ziekte dan ook het recht om de bedrijfswagen nog te gebruiken zonder toestemming van de werkgever. Blijft de werknemer toch zijn voertuig verder gebruiken, dan kan de werkgever eventueel later wel een vordering instellen tegen de werknemer wegens onverschuldigde betaling.

6. Trackingsysteem bij het gebruik van de bedrijfswagen

De werkgever wenst natuurlijk te controleren of de werknemer zich tijdens de werkuren ook werkelijk bevindt op de plaatsen waar hij moet zijn. De bedrijfswagens kunnen daarom uitgerust worden met geolocalisatie- of trackingsystemen zodat de werkgever kan controleren op welke plaats de wagen (en vermoedelijk ook de werknemer) zich bevindt. Dit controlerecht kan evenwel in strijd zijn met het recht op privacy wanneer de wagen ook privé gebruikt wordt. De Belgische wet regelt dit probleem niet specifiek, maar algemeen wordt aangenomen dat de werknemer op voorhand moet toestemmen met de installatie van een dergelijk systeem en dat het niet mag worden gebruikt om de werknemer tijdens zijn privé-uren te controleren.

7. Inleveren van de wagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst

Wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt, moet de werknemer de wagen ook – behoudens andersluidende afspraken – in goede staat inleveren. Bij een ontslag wegens dringende reden, eindigt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk en moet ook de wagen meteen worden ingeleverd. Bij laattijdige inlevering, kan de werknemer worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding.

8. Schade aan het voertuig bij inlevering

De werknemer is verplicht om de wagen in goede staat terug te bezorgen. Volgens de wet is de werknemer niet verantwoordelijk voor normale slijtage of schade die het gevolg is van het regelmatig gebruik van de bedrijfswagen. Verder is de werknemer in principe ook niet aansprakelijk voor schade aan de wagen die hij heeft begaan wanneer hij de wagen professioneel gebruikte (behalve in geval van opzet, zware fout of gewoonlijk voorkomende lichte fout). Voor schade die voortvloeit uit het privé-gebruik, is de werknemer wel altijd aansprakelijk. Een goede car policy kan eventueel wat concreter maken wat de werkgever en werknemer verstaan onder ‘zware fout’.
Aangezien het loon beschermd is, mag de werkgever deze schade niet zomaar (zonder akkoord van de werknemer) inhouden op het loon: zie daarover het artikel: ‘Inhoudingen op loon: wat mag (niet)?.

9. Leasekost doorrekenen aan de werknemer?

De beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidt er soms toe dat de werkgever een vergoeding moet betalen aan de leasemaatschappij wanneer het leasecontract ook voortijdig moet worden stopgezet.
Wanneer de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst beëindigt of wanneer deze wordt ontslagen wegens dringende reden, zou kunnen worden bepaald dat de werknemer verplicht is om de wagen over te nemen of om de vergoeding aan de leasingmaatschappij te betalen. Partijen maken hierover soms op voorhand contractuele bepalingen over (in de arbeidsovereenkomst, car policy…). De rechtspraak twijfelt soms aan de geldigheid van dergelijke clausules. Wanneer de medewerker de gevolgen van zo’n clausule niet op voorhand duidelijk kan inschatten,  zal de rechtspraak een dergelijke clausule verwerpen.

10. Gebruik van de bedrijfswagen na het einde van de arbeidsovereenkomst

De werkgever kan toestaan dat de werknemer ook na het einde van de arbeidsovereenkomst de bedrijfswagen nog mag gebruiken. De werkgever zal echter goed overleg moeten plegen met de leasingmaatschappij en met zijn sociaal secretariaat alvorens deze optie te overwegen. Verder zullen de partijen duidelijke schriftelijke afspraken moeten overeenkomen (gebruiksduur, modaliteiten van gebruik (buitenland?), afspraken i.v.m. onderhoud, fiscale en parafiscale kosten van de wagen, verzekeringskost, aansprakelijkheid bij ongevallen, verkeersovertredingen….). De eenvoudigste optie is in elk geval om de werknemer bij het einde van de overeenkomst te verplichten om de wagen onmiddellijk in te leveren.

Vragen bij één van deze topics? Contacteer mij: Rob Valkeneers, advocaat bij Omnius Advocaten in Genk, valkeneers@omnius.be.