De zomermaanden zijn in aantocht en dus is het bijna tijd voor vakantie en daar wordt door uw personeel ongetwijfeld hard naar uitgekeken. U kunt zich als werkgever dan ook maar best voorbereiden op de vragen die u van uw werknemers zal krijgen. Hoeveel werk er ook is, of hoe graag u uw werknemers ook rust gunt, aan de jaarlijkse vakantie zijn spelregels verbonden. Een klein overzicht aan de hand van 5 vragen.

1. Hoeveel dagen vakantie heeft een werknemer?

Op hoeveel vakantiedagen uw werknemer in 2017 recht heeft is afhankelijk van zijn prestaties in 2016. De berekening wordt niet alleen gemaakt op basis van effectief gewerkte dagen. Ziekte, moederschapsverlof, vaderschapsverlof, jeugdvakantie enz. worden gelijkgesteld met gewerkte dagen en dus meegerekend.

Voor arbeiders staat het aantal gewerkte dagen gelijk aan een bepaald aantal vakantiedagen. Zo krijgt een arbeider die bijvoorbeeld 190 dagen heeft gewerkt 15 dagen vakantie en wie in 2016 bijvoorbeeld meer dan 230 dagen heeft gepresteerd, heeft recht op 20 vakantiedagen.

Voor bedienden is er een andere regeling en wordt er in plaats van naar het aantal gewerkte dagen, naar het aantal gewerkte maanden gekeken. Wie in 2016 een volledig jaar heeft gewerkt, 5 dagen per week, heeft recht op 20 vakantiedagen.

2. Hoe het vakantiegeld berekenen?

Het wettelijk vakantiegeld bestaat uit enkel en dubbel vakantiegeld en is verschillend voor arbeiders en bedienden.

Bedienden blijven hun normale loon ontvangen tijdens hun vakantie, dat is het zogenaamde enkel vakantiegeld. Het dubbel vakantiegeld betaalt de werkgever en komt overeen met 92 procent van het normale maandloon. Heel wat bedrijven kiezen ervoor om het dubbel vakantiegeld aan alle werknemers op hetzelfde moment uit te betalen, vaak in mei of juni.

Voor arbeiders betaalt u als werkgever per kwartaal en jaarlijks een werkgeversbijdrage aan de Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie. De RJV betaalt het vakantiegeld van arbeiders en dat meestal op het moment dat ze hun langste vakantie nemen, maar niet vroeger dan begin mei.

3. Wat is Europese vakantie?

Vermits het aantal vakantiedagen in 2017 bepaald wordt door de arbeidsprestaties van vorig jaar is dat voor sommige werknemers nadelig. Werknemers die bijvoorbeeld pas starten of terugkeren uit ouderschapsverlof of voltijds tijdskrediet of werklozen die opnieuw aan de slag gaan, zouden dus geen recht hebben op vakantie. Gelukkig kunnen zij in dat geval aanvullende vakantie vragen.

Zowel arbeiders als bedienden kunnen Europese vakantie vragen en hebben tijdens hun vakantie recht op hun normaal loon, maar niet op extra vakantiegeld. In feite financiert de werknemer zijn aanvullende vakantie dus zelf. Het vakantiegeld wordt beschouwd als een voorschot op het dubbel vakantiegeld van het jaar nadien.

4. Wat is Jeugdvakantie?

Ook voor schoolverlaters geldt een gelijkaardig systeem. Een werknemer die op 31 december 2016 jonger is dan 25 jaar kan in 2017 gebruik maken van jeugdvakantie. Dan moet hij wel in 2016 zijn studies hebben beëindigd en minstens één maand hebben gewerkt. De uitkering voor jeugdvakantie bedraagt 65% van het gemiddeld bruto dagloon. De RVA betaalt deze uitkering, niet de werkgever

5. Wanneer mag een werknemer vakantie nemen?

Wanneer uw werknemer zijn vakantie opneemt is natuurlijk afhankelijk van de sector en uw onderneming zelf. In de bouwsector bijvoorbeeld wordt gezamenlijk vakantie genomen. Maar wanneer er geen collectieve sluiting is vastgelegd, moet  uw werknemer met u overeenkomen  wanneer hij vakantie neemt

Volgens de regels moet de werknemer de kans krijgen minstens 2 weken ononderbroken vakantie te nemen tussen 1 mei en 31 oktober. Werknemers met schoolplichtige kinderen krijgen voorrang voor schoolvakantieperiodes. Belangrijk is dat uw werknemers hun vakantiedagen opnemen voor het einde van het jaar. Zo niet, gaan ze in principe onherroepelijk verloren.

Meer weten over de wetgeving rond jaarlijkse vakantie?

Schrijf je in voor een infosessie