Je kan dit terugvinden in Commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 – Com. IB 195/8:

  1. Vaste maandelijkse bruto bezoldiging (wetgeving spreekt van minstens om de maand).
  2. Extra bruto bezoldiging bedoeld als vakantiegelden indien regelmatig, dus elk jaar terugkerend.
  3. Extra bruto bezoldiging bedoeld als eindejaarspremie indien regelmatig, dus elk jaar terugkerend.
  4. Maandelijks geboekt voordeel van alle aard voor privegebruik van onroerend goed van de vennootschap.
  5. Maandelijks geboekt voordeel van alle aard voor  privegebruik van een bedrijfswagen, gsm,…
  6. Trimestriele persoonlijke sociale bijdragen betaald door de vennootschap en geboekt als voordeel alle aard.
  7. Huurinkomsten, die als bezoldiging geherkwalificeerd werden, van een gebouw of kantoor dat ik verhuur aan de vennootschap en waarvoor ik een maandelijks huur ontvang.
  8. Andere voordelen die als bezoldiging geherkwalificeerd worden en regelmatig zijn.

Wat je niet mag opnemen om de 80 % regel te berekenen:

  1. Brutobezoldiging die (niet) vast en (niet) maandelijks is.
  2. Geherkwalificeerde huurinkomsten van een gebouw of kantoor dat ik aan de vennootschap verhuur en waarvoor me niet maandelijks de huur ontvangt.
  3. Bonussen (éénmalige of onregelmatig).
  4. Tantièmes (nooit, want uitgesteld toegekend na het betreffende boekjaar).
  5. Eenmalige bezoldigingen.
  6. Uitzonderlijke bezoldigingen.
  7. Voordelen van alle aard die niet maandelijks geboekt worden (voor discussie vatbaar, want men heeft wel “voortdurend” het genot).
  8. Aanzuivering van het debet-saldo van een rekening courant door boeking van een overeenkomstige bezoldiging.

Klik hier voor een gratis optimalisatie van uw Individuele Pensioentoezegging of groepsverzekering.

Ter info:
Commentaar van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
TITEL II: PERSONENBELASTING
HOOFDSTUK II: Grondslag van de belasting
Afdeling IV: Beroepsinkomen
Onderafdeling III: Vaststelling van het netto-inkomen
A. Beroepskosten: (Aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood)
Art. 59, WIB 92

I. WETTEKSTEN
Art. 59 (2). – Werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood worden als beroepskosten aangemerkt op voorwaarde dat ze definitief worden gestort aan een in België gevestigde verzekeringsonderneming of instelling voor sociale voorzieningen en dat de wettelijke en extra-wettelijke toekenningen naar aanleiding van de pensionering, uitgedrukt in jaarlijkse renten, niet meer bedragen dan 80 pct. van de laatste normale bruto-jaarbezoldiging en worden berekend naar de normale duur van een beroepswerkzaamheid. Een indexering van de rente is toegelaten.