De regering legt momenteel de laatste hand aan de nieuwe vennootschapswetgeving die in de loop van 2018 moet in voege gaan.

Een van de nieuwigheden zou een beperking zijn van de aansprakelijkheid die ten laste kan gelegd worden aan bestuurders van bedrijven en verenigingen als zij een fout zouden gemaakt hebben in hun bestuurdersmandaat.
De juiste bedragen zijn nog niet bekend, maar er doen wel cijfers de ronde: zo zou een bestuurder van een KMO met een omzet van bijvoorbeeld 700.000 euro enkel kunnen aansprakelijk gesteld worden door de slachtoffers voor 250.000 euro.

De vraag die zich opdringt is het waarom van deze begrenzing. Officieel heet het dat met die ingreep de bestuurders gemakkelijker verzekerbaar zouden zijn en dat de slachtoffers zeker kunnen zijn van hun vergoeding.

Drie kanttekeningen zouden wij hierbij willen maken:

  1. Er is in onze ervaring geen probleem qua verzekerbaarheid van de bestuurdersaansprakelijkheid. In tegendeel, de laatste jaren zijn de waarborgen gevoelig uitgebreid en dit aan lagere premies.
  2. Is het een goede zaak voor de slachtoffers? Op het eerste zicht wel: de verzekeraar zal bij bewezen aansprakelijkheid moeten uitbetalen tot aan het opgelegde plafond.  Maar wat als de schade hoger is dan dit bedrag? De wetgever voorziet in de nieuwe regelgeving dat er voor dit excedent geen aansprakelijkheid is.
  3. De bestuurder zelf was tot nu er niet zeker van dat zijn volledige aansprakelijkheid gedekt is door de D&O-polis, omdat hierin altijd een limiet wordt afgesproken. Als bleek dat de schade-eis hoger was dan het verzekerd bedrag, draaide de bestuurder er zelf persoonlijk voor op. Nu niet meer: de schadevergoeding onder de wettelijk opgelegde limiet wordt betaald door de verzekeraar, voor de som die dit plafond overstijgt is hij niet aansprakelijk.
Hoe de nieuwe bepalingen er ook gaan uitzien, het blijft zeer belangrijk dat een bestuurder goed geïnformeerd is en zijn specifieke risico’s naadloos indekt. Contacteer ons om u daarbij te begeleiden.