De voorbije weken en maanden werd er al veel te veel geschreven over de 45ste president van de Verenigde Staten, maar de man is zo populistisch, protectionistisch, patriottistisch en daardoor polariserend voor Amerika en de wereldeconomie dat je er niet omheen kan.

Zijn eerste toespraak was niet overgoten met een sausje van populisme, neen het was er helemaal van doordrongen. Hij sprak over een bijzondere dag: “omdat niet alleen de macht wordt overgedragen van de ene regering aan de andere, maar omdat de macht van Washington DC wordt overgedragen aan het volk.” Trump verklaarde als toemaatje de dag van zijn inauguratie tot de officiële dag van het patriottisme.

Onmiddellijk werd duidelijk dat Trump het aangekondigde protectionisme zonder enige compromis zal doorvoeren. Hij ging met de grove borstel door de vrijhandelsverdragen die de VS in het verleden hebben afgesloten. De VS trekken zich alvast terug uit het Trans-Pacific Partnership (TPP). Daarnaast zou Trump het NAFTA-verdrag, dat ruim 22 jaar geleden werd afgesloten met Canada en Mexico, willen heronderhandelen. Verder gaat hij na of Amerika geen importtaks van 35 % kan opleggen voor Amerikaanse bedrijven die in het buitenland produceren. Als je een echt Amerikaans bedrijf bent dan produceer je in Amerika en niet in het buitenland. Verder bracht hij alles in gereedheid om daadwerkelijk te starten met de bouw van de grote muur.

Indien de beloofde belastingverlagingen daadwerkelijk een stijgende vraag naar producten creëren, kan de inflatie wel eens hoger oplopen dan we nu denken.

En dat alles moet Amerika weer ‘Great’ maken?

De gevolgen van zijn bevreemdend en ambitieus beleid zijn overduidelijk. Trumpflatie komt eraan. Protectionisme verhoogt de prijs van de goederen die je invoert, de infrastructuurwerken zullen leiden tot hogere grondstofprijzen, het naar Amerika halen van productie zal, gezien de huidige lage werkloosheid, tot gevolg hebben dat lonen stijgen. Trouwens de producten geproduceerd in Amerika zullen sowieso duurder zijn. Indien de beloofde belastingverlagingen daadwerkelijk een stijgende vraag naar producten creëren, kan de inflatie wel eens hoger oplopen dan we nu denken. En dan mogen we er niet over nadenken dat de gigantische geldhoeveelheid, gecreëerd door de centrale banken, in de economie komt.

Trump maakt hiermee, zonder dat hij het zelf beseft, een einde aan een tijdperk van dalende rente. Globalisering, een verouderende bevolking en een verbetering van het productieproces zorgden er de voorbije drie en een half decennia voor dat de rente systematisch lager ging. De Amerikaanse langetermijnrente bereikte haar dieptepunt midden 2016 op 1,5 % maar veerde de voorbije maanden en dagen op tot 2,6 %. En dit is nog maar het begin. Trumponomics zal de inflatie boven de 3 % duwen waardoor ook de langetermijnrente verder zal stijgen. Het is niet de vraag of ook de langetermijnrente in Europa zal stijgen maar wanneer en hoeveel.

De rentestijging zal grote gevolgen hebben voor de obligaties in portefeuille. De voorbije 35 jaar hadden obligaties de wind in de zeilen. De coupons waren aanvaardbaar en op de koop toe steeg de koers van de obligaties door de systematisch daling van de rente. De laatste jaren was de rente zo laag dat we zelfs een negatieve rente moesten aanvaarden terwijl de obligatiebeleggers bleven profiteren van stijgende obligatiekoersen. Dat maakte de negatieve rente meer dan goed. De stijgende rente zal de financiële wereld op zijn kop zetten. Obligaties zullen bovenop de lage rente ook koersverlies lijden en worden daardoor mogelijk risicovoller dan aandelen. Als de rente snel stijgt, kan het een ware obligatiecrash veroorzaken. Dit gebeurde bijvoorbeeld in 1994 toen Alan Greenspan onverwacht de kortetermijnrente verhoogde. Die was tot dat moment geleidelijk gedaald van 8,25 % in 1990 tot 3 % in 1992. Toen het werkloosheidspercentage daalde tot 6,5 %, vreesde de Fed dat dit zou leiden tot hogere lonen en dus een hogere inflatie. De renteverhogingen die volgden, kwamen totaal onverwachts voor de obligatiemarkt. De langetermijnrente steeg op een korte periode van 6 % naar 8 %. De obligatiebeleggers moesten dat jaar een verlies slikken van meer dan 5 %. De obligatiekoersen daalden met 11 % maar de coupon verzachtte het verlies. Vandaag de dag hebben obligatiebeleggers geen coupon die een mogelijke daling van de koers kan compenseren. Er komen uitdagende tijden aan voor obligatiebeleggers. Het is een goed moment om uw beleggingsportefeuille te herbekijken.