Deze regering, die op de barricaden stond om de transactietaks voor institutionelen af te voeren, verhoogt nu in het zomerakkoord de transactietaks voor de particulieren. Dit op zich is al onbegrijpelijk, maar het wordt nog erger. De regering is hardleers, want de ‘eenjaarsdraakjes’ rijkentaks en speculatietaks kondigden de geboorte van hun lelijke broertje aan. De naam moet duidelijk nog worden gekozen. De naam abonnementstaks werd al vlug veranderd naar een effectenrekeningtaks om er dan toch maar een effectentaks van te maken. Laat ons duidelijkheid scheppen en deze taks, naar analogie met de turteltaks, de naam meegeven van de Michel-taks.

Michel-taks

De  was het smeermiddel dat de premier op tafel legde om de onderhandelingstandwielen van het zomerakkoord te laten draaien. Nu blijkt dit smeermiddel geen olie te zijn, maar plantaardige boter, waardoor het raderwerk maar eventjes draaide en vervolgens terug vast kwam te zitten.

Wat nog het meeste stoort aan de verhoging van de transactietaks en de Michel-taks is dat ze nog eens bovenop al de verhogingen van de laatste jaren komen. De belastingdruk op beleggingen wordt stilaan onaanvaardbaar.

Tax Freedom Day

Iedereen is het eens dat de belastingdruk op arbeid te zwaar is. Jaarlijks wordt dit in de verf gezet met het vieren van de Tax Freedom Day. Dit is de dag vanaf wanneer we niet meer voor de regering werken, maar voor onszelf. Gemiddeld moeten de Belgen tot 27 juli werken alvorens ze er zelf aan verdienen. We moeten hierin in Europa enkel Frankrijk voorlaten. Dit is onaanvaardbaar. Die belasting moet omlaag. Er gaan dan ook stemmen op dat het rechtvaardig is om kapitaal meer te belasten.

Ik vroeg me af wanneer de Tax Freedom Day is voor kapitaal of beleggingen. Hoe lang moeten we beleggen voor de overheid en vanaf wanneer verdienen we er zelf iets aan? Als we uitgaan van een neutraal profiel of een portefeuille bestaande uit 50% aandelen en 50% obligaties en we houden reeds rekening met de taksen vermeld in het zomerakkoord dan valt de Tax Freedom Day voor beleggingen op 23 augustus. En dan merk je dat het woord rechtvaardig volledig is uitgehold en zwaar wordt misbruikt. De politicus die spreekt over rechtvaardige belastingen en daarmee bedoelt dat beleggers te weinig bijdragen, spreekt in slogans en kent zijn dossier niet.

Rechtvaardigheid

Ik ga nog één stap verder. Bert de 40-jarige zelfstandige wil een kapitaal opzij zetten zodat hij op 67-jarige leeftijd voldoende bij elkaar heeft gespaard om tot zijn negentigste een gelijkaardig pensioen te hebben als dat van een ambtenaar. Hij belegt de maandelijkse stortingen volledig in aandelen. Op het moment dat hij met pensioen gaat, wil hij meer zekerheid en herschikt de portefeuille naar 50% aandelen en 50% obligaties. Rekening houdende met inflatie moet Bert een portefeuille bij elkaar sparen van meer dan één miljoen euro en zal hij, naast de hoge roerende voorheffing en de transactietaksen, ook de Michel-taks moeten betalen. De belastingen die hij over deze volledige periode moet betalen komen overeen met het bedrag dat hij over de eerste 17,5 jaar gespaard heeft. In totaal betaalt hij zo 372 000 euro aan de staat.

Rechtvaardigheid is niet dat Bert nog meer moet betalen, maar wel dat hij geld opzij kan zetten voor zijn pensioen en op een zelfde manier belast en behandeld wordt als iemand anders.

De belastingdruk op kapitaal en beleggingen is zo hoog dat de enige rechtvaardige belasting een lagere belasting is. Maar dit is op zich ook al niet meer voldoende. Ik verklaar dit met de volgende metafoor.

Door een uit de hand gelopen brainstorming gaat een groep medewerkers, van bijvoorbeeld Ahold Delhaize, op teambuilding om de Mount Everest te beklimmen. Aangekomen op het basiskamp deelt de groep zich organisch op in de Nederlanders en de Belgen. De groepen vertrekken afzonderlijk met een paar uur verschil. Naarmate de klim vordert wordt het weer steeds slechter. Op enkele kilometers van het eerste station is er een gigantische kloof in het ijs en er is geen enkele manier om daar rond te lopen. De weg terug is te lang en zou fataal zijn. Ze besluiten om een ladder over de kloof te leggen. Enkel de begeleider van de groep heeft dit gedaan en de andere hebben schrik om over deze ladder te lopen. Bij de Belgen overtuigt de begeleider de rest dat hij de enige is die het kan. Hij eist van de anderen een vergoeding om ze op de rug te nemen. Hij zorgt er dus voor dat niemand zijn lot nog in eigen handen durft te nemen. Het gevolg is dat hij 19 keer heen en weer moet lopen om ze een na een naar de overkant te brengen. Na de zesde keer met iemand op zijn rug wordt hij zo moe dat hij een misstap doet en naar beneden valt. De andere 12 blijven verdwaasd achter en sterven.

De Nederlandse groep pakt het anders aan. De begeleider inspireert de anderen en moedigt hen aan om over de ladder te lopen. Hij krijgt iedereen zo ver dat ze het risico willen nemen. De personen met de beste fysiek en het beste evenwichtsorgaan helpen de anderen. Er blijven uiteindelijk 2 personen over die echt niet durven wegens hoogtevrees. De begeleider neemt deze laatste twee op zijn rug om ze ook naar de overkant te brengen.

De burger aanmoedigen

Welvaart wordt gecreëerd door mensen aan te moedigen risico’s te nemen. Wat de Nederlandse begeleider in het voorbeeld doet is de echte taak van de politiek. De leiders moeten de burgers aanmoedigen om actie te ondernemen, om zelfstandig te worden, om te investeren. We moeten trots zijn op ondernemers en mensen die succesvol zijn en een spaarpotje opzij kunnen zetten.

De Belgische begeleider doet het omgekeerde: hij ontmoedigt zijn volk om hun eigen boontjes te doppen, hij zorgt ervoor dat succes en ondernemerschap wordt afgestraft. Uiteindelijk ondergraaft hij er de hele maatschappij mee.

Is dit echt wat deze regering wil?

Voorwoord in magazine ‘Beste Belegger’ (Redactie 28 september 2017)