In Nederland laaide de discussie hoog op over het al dan niet afschaffen van de roerende voorheffing. De tegenstanders wezen op het kostenplaatje van 1,4 miljard euro, dat uitsluitend werd gedragen door buitenlanders. De Nederlanders zelf kunnen de dividendbelastingen verrekenen in hun belastingaangifte. Minister-president Mark Rutte wees er anderzijds op dat de afschaffing een administratieve vereenvoudiging is voor zowel de bedrijven als de overheid. Het is een investering in de toekomst, argumenteerde hij. Het zal er mede voor zorgen dat grote bedrijven in Nederland willen blijven. Sterker nog, het zal bedrijven aanmoedigen om zich in Nederland te vestigen. Dit is de voedingsbodem voor een hoge werkgelegenheid en economische groei.

Nederland vs België

Als doorslaggevend argument vergeleek Rutten Nederland met België en gaf hij aan dat Nederland die weg niet op wil. Rutte: “We zien in België wat er gebeurt als je niet op tijd de bakens verzet. België heeft nog één internationaal werkend bedrijf over, AB InBev. Al de rest is weg. Ze hadden er heel veel.”

Het klinkt misschien flauw om je in de media te spiegelen aan ‘een goede buur’ en daarbij die partij in een negatief daglicht te zetten, maar het is wel een terechte opmerking. In plaats van defensief te reageren zou onze regering beter een gezonde dosis zelfreflectie aan de dag leggen. België is verblind door hebberigheid. De belastingen moeten steeds hoger. Het doet mij denken aan de verschrikkelijke mijnheer ‘Meer’ uit de reclame van Luminus. Het was het hebzuchtig figuurtje dat gefrustreerd en luidkeels “MEEEEEEEER” riep. Nochtans was de verkiezingsbelofte van deze regering juist minder belastingen en meer besparingen.

De jaarlijkse stijging van de belastingdruk op beleggingen in België staat in schril contrast met het beleid in Nederland. België verhoogt de roerende voorheffing tot het hoogste niveau in de Eurozone terwijl Nederland ze afschaft. Nederland is tegen een transactietaks, zowel voor particulieren als institutionelen. België is voor een transactietaks voor particulieren en verhoogde deze tot het hoogste niveau in de eurozone. Nederland wil de fiscaliteit vereenvoudigingen, terwijl België het steeds complexer maakt met bijkomende, en moeilijk te implementeren taksen. De algemene teneur en de publieke opinie in Nederland is dat de beleggingsfiscaliteit te hoog is. In België blijft men, ondanks de hoogste belastingdruk op beleggingen in Europa, roepen dat beleggers meer moeten bijdragen. De gevolgen van het divergerende fiscale beleid zijn dan ook duidelijk merkbaar op economie, werkgelegenheid en bijgevolg ook op de overheidsbegroting in de twee landen.

Onrechtmatige onteigening

Vorig jaar ontstond in Nederland zelfs het debat over de onrechtvaardigheid van een te hoge belasting op beleggingen. De bal ging aan het rollen toen een belastingplichtige vond dat de heersende belasting onbillijk was en dit aankaartte bij de Hoge Raad. Zijn klacht was dat de vermogenswinstbelasting in Nederland, zijnde 30% op een fictief rendement van 4%, voor sommige neutrale of defensieve portefeuilles onrealistisch hoog was. De advocaat-generaal van de Hoge Raad was duidelijk: een inkomstenbelasting op een niet-realistisch, te hoog inkomen tast het eigendomsrecht aan. De advocaat-generaal sprak over een onrechtmatige onteigening als je belastingen betaalt op een rendement dat er niet is. In mensentaal betekent dit niet meer of minder dan diefstal. Vermits deze onrechtmatige onteigening in strijd is met het Europees eigendomsrecht, kan dit ook van toepassing zijn voor België.

In feite zouden we geen roerende voorheffing meer mogen betalen op obligaties. De roerende voorheffing is een inkomstenbelasting die wordt geheven op de positieve kasstromen, zonder rekening te houden met de negatieve kasstromen. Dit leidt tot onrechtmatige onteigening. Een voorbeeld zal dit verduidelijken: de Belgische staatslening op 5 jaar, met vervaldatum 28 september 2022, geeft een coupon van 4,25% en noteerde midden november tegen 122%. Dit houdt in dat wanneer u een coupure van 1000 euro koopt u 1220 euro moet betalen terwijl u op vervaldag slechts 1000 euro zal terugkrijgen. Het verschil tussen de aankoopprijs en het bedrag dat u op eindvervaldag terugkrijgt, beïnvloedt het rendement. Rekening houdende met deze elementen bedraagt het reëel rendement –0,25% en niet 4,25%. Toch moet je op dit verlieslatend product inkomstenbelasting betalen, zijnde 30% roerende voorheffing op de coupon van 4,25%. De gevolgen zijn nefast voor uw portefeuille. Na 5 jaar zal u cumulatief geen 1220 euro meer hebben maar slechts 1150 euro. De staat zal bijna 6% van uw initiële belegging onrechtmatig onteigend hebben.

Fiscale strop

Het wordt voor de belegger nog erger wanneer een bedrijf beslist om een afdeling af te splitsen. Zo besloot de webwinkel eBay om de betaaldienst PayPal afzonderlijk naar de beurs te brengen. Los van elkaar kunnen de bedrijven beter inspelen op groeimogelijkheden in hun respectieve markten. Voor de belegger is deze splitsing neutraal. Wat eerst omvat zat in één bedrijf wordt opgesplitst in twee bedrijven. De fiscus, en enkel de Belgische fiscus, denkt daar anders over en ziet de afsplitsing als een uitkering waarop roerende voorheffing verschuldigd is. eBay noteerde voor de splitsing 66,29 dollar per aandeel. De afgesplitste afdeling PayPal werd gewaardeerd op 39 dollar. Rekening houdende met een roerende voorheffing van 30% zou u 11,7 dollar aan de staat moeten geven. Dit is een fiscale strop, een onteigening (diefstal), van 17,6% van het geïnvesteerd bedrag. En het is zeker geen alleenstaand geval.

Vadertje Staat moet stoppen om schaamteloos in onze portemonnee te grabbelen. Deze fiscale toepassingen zijn duidelijk in strijd met het Europees eigendomsrecht. Laten we dit eens voorleggen aan de Raad van State.

Bron: ‘Beste Belegger’, redactie 23 november 2017, Sven Sterckx, voorzitter VFB.