Voorwoord door Sven Sterckx in Gids voor de Beste Belegger
Voorzitter VFB

Beste leden,

Het is niet de gewoonte om het editoriaal te wijden aan een macro-economisch onderwerp. Ik beloof u dat ik er geen gewoonte van maak, maar een aantal gebeurtenissen de voorbije maand zijn van die aard dat ze aandacht vragen. De protectionistische maatregelen, zoals de staalheffing die de VS de voorbije maand in het leven riep, baren mij zorgen. De tweets die de president van Amerika de wereld instuurde, en ik citeer: “Trade wars are good, and easy to win,” hebben mijn ongerustheid alleen maar versterkt. Laat ik duidelijk zijn: handelsoorlogen zijn niet goed en er zijn geen winnaars bij zo’n conflict. Er zijn alleen verliezers.
‘Trumponomics’ staat voor het beschermen van binnenlandse productie ten koste van buitenlandse concurrenten. Met ‘America First’ en het invoeren van importheffingen wenst hij de prijs van buitenlandse producten te verhogen waardoor consumenten binnenlandse producten kopen.
Het eerste probleem is dat prijsinterventies van de overheid niet werken. De boterberg van de jaren 60 is een bekend voorbeeld. Door de mechanisering van de veeteelt konden boeren plots meer melk produceren waardoor overproductie ontstond. De wet van vraag en aanbod zorgde voor een sterke prijsdaling. Dit mechanisme moet er voor zorgen dat de vraag naar het product stijgt en dat de productie daalt. In de jaren 60 daalde de productie door het faillissement van verschillende boeren. Doordat dit sociaal en politiek gevoelig lag, besloot Europa om te interveniëren op de melkprijs. Een minimumprijs moest ervoor zorgen dat boeren niet meer financieel in de problemen kwamen. Deze hogere prijs zorgde bijgevolg voor een daling van de vraag en boeren konden zo veel produceren als ze wensten, de verkoopprijs lag vast. Met gevolg dat het initiële probleem van overproductie nog groter werd. Prijsinterventies lossen nooit het onderliggende probleem op. Integendeel, ze versterken dikwijls het probleem.
Ook de importheffing op staal die Amerika de voorbije maand invoerde, zal niet ten goede komen aan de Amerikaanse staalbedrijven. De laatste keer dat Amerika een importheffing op staal heeft ingevoerd dateert van 2002 en werd na een half jaar reeds afgevoerd omdat de economische nadelen niet opwogen tegen de voordelen. Dit zal ook deze keer gebeuren.
Een mogelijk scenario kan het volgende zijn: door de importheffing moet er meer staal geproduceerd worden in Amerika. Deze productie is duurder waardoor de prijs van het staal in Amerika stijgt. In de rest van de wereld ontstaat een overschot aan staal omdat Amerika minder staal afneemt. De wet van vraag en aanbod speelt en de prijzen op de internationale markt zullen sterk dalen. Ofwel volgen de Amerikaanse staalbedrijven de prijsverlaging en zullen zij verlies maken, ofwel zal er toch opnieuw staal worden ingevoerd aan goedkopere prijzen. Ongeacht het scenario, het is steeds slecht voor de Amerikaanse staalbedrijven en voor de wereldeconomie.
Het oog om oog tand om tand principe is vernietigend. Amerika voert een importheffing in en andere landen reageren door op hun beurt een heffing te initiëren op importproducten vanuit Amerika. Als Amerika op zijn beurt nieuwe importbelastingen uitvaardigt op andere producten kan dit escaleren en leiden tot een handelsoorlog. Het verleden leert ons dat een handelsoorlog steeds nefast is voor de economische groei. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de Grote Depressie van de jaren 30. Het was niet de beurscrash van 1929 die zorgde voor de depressie maar wel de protectionistische maatregelen die Amerika invoerde om hun economie te beschermen. De importheffingen die Amerika destijds invoerde werden al vlug vergeld met importbelastingen van andere landen tegenover Amerikaanse producten. Zowel import als export daalden sterk. Bedrijven en banken gingen failliet, de werkloosheid steeg. Na de Grote Depressie was iedereen het eens dat een handelsoorlog en protectionistische maatregelen het slechtste zijn voor de economie dat je je kan voorstellen. Om te vermijden dat landen nooit nog die fout zouden maken, werden handelsakkoorden gesloten tussen verschillende landen.
Wie niet leert uit het verleden is gedoemd om steeds dezelfde fout te maken. Spijtig genoeg leert Trump niet uit het verleden. Een van de eerste acties van de president was Amerika terugtrekken uit het vrijhandelsverdrag ‘Trans-Pacific Partnership.’ Ook de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst, afgekort NAFTA, wordt door President Trump in twijfel getrokken en hij wenst dit te heronderhandelen. De staalheffingen die de voorbije maand werden ingevoerd zetten de deur open voor een handelsoorlog zoals die van de jaren 30.
Het gevaar van het oog om oog en tand om tand principe is zich aan het voltrekken. Verschillende landen hebben al gedreigd met vergeldingsacties op de Amerikaanse staalheffing. China voerde reeds een extra heffing in van 15 % op 120 producten zoals noten, fruit en wijn waarmee China voornamelijk de landbouwgebieden treft waar veel mensen op Trump hebben gestemd. Ook Europa heeft al aangegeven dat zij een importheffing willen doorvoeren op een reeks Amerikaanse producten. Er zal onder meer gekeken worden naar Harley Davidson motoren, landbouwproducten, bourbon-whisky en jeans van het merk Levi’s.
Het spel zit op de wagen want Amerika heeft op zijn beurt aangegeven dat ze een importheffing op auto’s gaan invoeren. Dit is een heffing die de Europese economie zwaar kan treffen. Zal Europa opnieuw tegenmaatregelen treffen en is een handels-oorlog dan nog te vermijden?
De economische gevolgen zullen onmiddellijk voelbaar zijn. De prijzen van bepaalde producten gaan stijgen door het weren van goedkopere buitenlandse producten. Dit zal in eerste instantie op de consumptie wegen. Maar de hogere inflatie zal er ook voor zorgen dat de rente gaat stijgen waardoor het duurder wordt voor bedrijven om zich te financieren. De export van Amerika gaat dalen door de tegenmaatregelen van de andere landen. Dit alles zal leiden tot dalende bedrijfswinsten en bijgevolg zullen ze het aantal medewerkers verminderen. Om de importheffingen te ontwijken zullen bedrijven een deel van de productie verschuiven naar een ander land, wat ten koste gaat van de efficiëntie. Elk land wordt getroffen door de handels-oorlog maar de importheffingen zullen het meeste impact hebben op de Emerging markets. Als we bijvoorbeeld kijken welke landen het meeste staal leveren aan Amerika dan is Canada de grootste leverancier gevolgd door Brazilië, Zuid-Korea, Mexico en Rusland.
De financiële markten reageerden initieel terecht negatief op de dreigende handelsoorlog. Deze handelsoorlog zal het positieve economische klimaat doen omkeren, wat negatieve gevolgen heeft op de beurs. De bijgevoegde grafiek liet Vincent Juvyns van JP Morgan zien tijdens zijn presentatie op de Happening van dit jaar. De rode bolletjes geven aan hoeveel de beurs gedurende elk kalenderjaar maximaal daalde, rekenend van de hoogste koers tot de laagste koers. Bijna ieder jaar ligt de intra-jaarlijkse daling rond de 10 %. Alle aandelenbeleggers nemen deze bewegingen er graag bij, want in ruil hiervoor is er op een langere periode een hoger rendement. Het verhaal wordt anders wanneer we naar de grijze balkjes kijken. Deze geven het rendement weer op het einde van elk kalenderjaar. De meeste jaren sluiten positief af. De verlieslatende jaren, zoals 1990, de beginjaren van de 21ste eeuw en 2008, zijn allen jaren van recessie of van economische achteruitgang. Een escalerend handelsconflict kan de aanleiding zijn voor moeilijk beursjaar in 2018.