Na een vurig pleidooi, voor een goedgevulde zaal, dat spaarders enkel via aandelen een aanvaardbaar rendement krijgen, kreeg ik de opmerking “Ja, maar, aandelen dat is veel te veel risico.” Dat aandelen risicoloos zijn, zal je mij nooit horen zeggen. Maar als je goed spreidt, degelijke bedrijven uitkiest en enkel belegt met gelden die je voor een lange periode niet nodig hebt, valt het risico goed mee.

Vanwaar komt dan de misvatting dat aandelen, ook op lange termijn, zeer risicovol zijn?

Dat heeft te maken met ons brein en onze perceptie, en minder met de realiteit. Het menselijk brein is ons meest complexe orgaan en superieur aan de computer. De processen die onze hersenen aankunnen, zijn ongezien. Ze zorgen ervoor dat we kunnen praten, dansen, ruiken, rekenen … eigenlijk alles. Maar ze slagen er niet in om risico’s juist in te schatten.

Een voorbeeld. Kies het gevaarlijkste ding uit de volgende lijst. Een haai, een wesp, een kokosnoot of een hond. Het meest gevaarlijke is de hond. Jaarlijks worden ongeveer 1.000 mensen doodgebeten door een hond. Het tweede gevaarlijkste ding op de lijst is de kokosnoot. Jaarlijks vallen er 150 doden door kokosnoten die uit de boom vallen. De destructieve en gevaarlijke kokosnoot is gekend tot bij de Amerikaanse veiligheidsdienst. Toen Obama in 2010 India bezocht , namen ze het zekere voor het onzekere en lieten ze al de kokosnoten van de bomen halen. Ik durf er op te wedden dat u de haai nomineerde. De schrik van de zee zorgt nochtans voor de minste doden. Jaarlijks worden 75 mensen aangevallen door een haai en daar sterven er 12 van.

Hoe komt het dat we kansen verkeerd inschatten?

Ons brein slaagt er niet in om als een computer alle gegevens op te halen en wiskundig te behandelen. Om toch een oordeel te vormen, gebruiken we een aantal trucs. Het eerste dat we voor de geest kunnen halen, beschouwen we als het meest voorkomende en in dit geval het gevaarlijkste. Het eerste waar we aan denken is nochtans niet noodzakelijk datgene wat het vaakst gebeurt. We zullen vlugger denken aan een recent evenement of iets wat herhaaldelijk in de media komt, juist of fout. Ten slotte blijven erge of dramatische gebeurtenissen ons veel langer bij dan iets saais.

Ik denk dat het stilaan duidelijk wordt waarom we aandelen risicovoller inschatten dan ze eigenlijk zijn. Ten eerste wordt een dramatische beurscrash uitgebreid besproken op het nieuws. Verschrikkelijke koerscorrecties worden aldus in ons brein geprent. Het is natuurlijk spectaculairder om te praten over een beurscrash dan over iemand die op een gestructureerde manier aandelen selecteert en daarmee om de 10 jaar zijn kapitaal kan verdubbelen. Ten tweede is het bewezen dat de pijn verbonden aan het verliezen van geld drie keer erger is dan het genot bij het winnen van geld. De slechte beursjaren blijven dan ook langer hangen dan de goede beursjaren. Ten derde is er de steeds terugkerende berichtgeving, van politici en media, dat beleggen niet meer is dan speculeren, en bijgevolg zeer risicovol is. De angst voor een beurscrash is, net zoals de schrik voor haaien, overdreven.

We moeten onze intuïtie opzij zetten en vertrouwen op statistiek

Ik heb voor u een aantal rendementen en winstkansen berekend op basis van de Duitse Index. Deze index verrekent ook de dividenden.

“Je hebt 95 procent kans om meer te verliezen door niet te beleggen.”

Als je op één jaar belegt, heb je 70 % kans om winst te maken. Op zich vind ik dit al aanvaardbaar, maar de rendementen schommelen te veel jaar op jaar. Het grootste verliesjaar in de laatste 30 jaar was in 2002 en bedroeg 44 %. Als je juist na dat jaar je vermogen nodig hebt om iets aan te kopen zit je in de problemen. Beleggen doen we met centen die we niet nodig hebben voor een langere periode. En dat wordt statistisch ondersteund: als je belegt op 10 jaar heb je meer dan 95 % kans dat je om de 8,5 jaar je kapitaal verdubbelt. Het gemiddeld jaarlijks rendement bedraagt 8,4 %. Dit rendement kan je nog verder verbeteren door je huiswerk te maken en voornamelijk goedkope, winstgevende en stabiele bedrijven te kopen. De voorbije 40 jaar was er één periode die over 10 jaar verlieslatend was. Het is de periode die loopt van vlak voor de technologiecrash van 1997/1998 tot net na de financiële crisis van 2007/2008. Maar zelfs in dat uitzonderlijk bar decennium , het op een na beroerdste uit de geschiedenis, bedroeg het gemiddeld jaarlijks verlies slechts 1 %.

Als we kapitaalverlies in reële termen als risico beschouwen, is het vandaag risicovoller om niet te beleggen dan wel te beleggen. Je hebt 95 procent kans om meer te verliezen door niet te beleggen.

Voorwoord door Sven Sterckx, voorzitter VFB; redactie 30 april 2017
Bron: VFB Beste Belegger, nr. 5, mei 2017