Nieuwe innovatieaftrek zet België internationaal op de kaart

120
‘Met de nieuwe innovatieaftrek profileert België zich als fiscaalvriendelijke vestigingsplaats voor O&O-intensieve activiteiten.’ De nieuwe innovatieaftrek komt in de plaats van de vroegere octrooiaftrek die vorig jaar op vraag van de OESO is afgeschaft.

De octrooiaftrek, ingevoerd in 2007, moest ondernemingen aanzetten tot technologische innovatie. Het was een incentive om het resultaat van hun onderzoek en ontwikkeling met een octrooi te beschermen. Via de octrooiaftrek werd 80 procent van de bruto-inkomsten uit octrooien fiscaal vrijgesteld.

Gevolg? Een effectieve belastingdruk van maximaal 6,8 procent. Het aantal bedrijven dat de octrooiaftrek gebruikt steeg door de jaren heen, maar bleef toch beperkt tot minder dan 300 (cijfers voor aanslagjaar 2013). Hoe komt dat? ‘De aftrek gold alleen wanneer innovatie zich vertaalt in octrooien. Innoverende bedrijven uit de softwaresector bijvoorbeeld, vragen meestal geen octrooien aan. Ondanks de enorme investeringen, wordt software alleen beschermd onder het auteursrecht’, zegt Steven Claes, vennoot EY Tax Consultants.

Een ander probleem is de soms lange wachttijd tot een octrooi is toegekend. ‘Veel bedrijven kunnen of willen commercieel gezien niet zo lang wachten om hun producten op de markt te brengen’, weet Claes. Onder druk van de OESO moest de octrooiaftrek worden afgeschaft . ‘België heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt om de zwakke plekken van de octrooiaftrek weg te werken.’

Nieuwe innovatieaftrek is niet te missen kans voor software …

De octrooiaftrek is in de zomer van 2016 in haar huidige vorm afgeschaft met ingang van 1 juli 2016. ‘Voor ondernemingen die de octrooiaftrek gebruiken, is er een overgangsperiode van vijf jaar waarin ze die kunnen blijven toepassen’, weet Pieter Van Den Berghe, executive director EY Tax Consultants. Begin 2017 werd de nieuwe ‘aftrek voor innovatie-inkomsten’ of innovatieaftrek gelanceerd die veel ruimer is opgevat dan de octrooiaftrek.

‘Met de nieuwe innovatieaftrek profileert België zich als fiscaalvriendelijke vestigingsplaats voor O&O-intensieve activiteiten.’. Het percentage van de nieuwe innovatieaftrek is opgevoerd naar 85 procent. Dat betekent dat de effectieve belastingdruk daalt naar 5 procent.

De nieuwe aftrek is ook uitgebreid naar auteursrechtelijk beschermde software. ‘Dit betekent een belangrijke stimulans voor de ICT sector in België, die met zo’n 100.000 werknemers een belangrijke werkgever is’, vindt Van Den Berghe. Bovendien gaat het niet alleen om ondernemingen die software ontwikkelen voor commercialisatie. Ook ondernemingen die intern software ontwikkelen voor procesverbeteringen kunnen zo een deel van hun winst vrijstellen. Ook inkomsten uit kwekersrechten, weesgeneesmiddelen (orphan drug designations) en data- en marktexclusiviteit kunnen voortaan van de aftrek genieten. ‘Bedrijven krijgen ook de kans om al vanaf de aanvraag van een octrooi de incentive in te roepen.’

… en voor meerwaarden

De vroegere octrooiaftrek gold al voor licentie-inkomsten (vb. royalty’s) en het deel van de verkoopprijs van producten of diensten dat gerelateerd is aan intellectuele eigendomsrechten. Met de nieuwe innovatieaftrek komen ook meerwaarden op intellectuele eigendomsrechten in aanmerking. ‘Op die manier kunnen ondernemingen fiscaalvriendelijk bepaalde activiteiten afstoten om andere innovatieprojecten te financieren’, stelt Claes.

‘Met de nieuwe innovatieaftrek zet België een grote stap vooruit, zeker in combinatie met de andere fiscale incentives voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Denk aan de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers en de investeringsaftrek en het belastingkrediet voor O&O’, zegt Pieter Van Den Berghe.

België wordt internationaal koploper

De OESO toetste de vroegere Belgische octrooiaftrek en vijftien fiscale gunstregimes uit andere landen aan de voorschriften van Actiepunt 5 van haar Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) actieplan. Geen van deze gunstregimes doorstond de test. Ze dienden allemaal dus tegen 1 juli 2016 in overeenstemming te worden gebracht met de OESO-voorschriften. Landen mogen een overgangsperiode van maximaal vijf jaar inbouwen. België heeft intussen actie ondernomen, maar ook andere landen zaten niet stil. Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk hebben hun regimes al in overeenstemming gebracht met de OESO-vereisten. Luxemburg heeft het bestaande regime stopgezet, maar nam nog geen beslissing over een nieuwe regeling. Italië en Ierland hadden nog geen fiscaal gunstregime, maar voeren er nu een in.

‘Vooral Ierland profileert zich met de Knowledge Development Box, en een effectieve belastingdruk van 6,25 procent. Nederland heeft haar Innovatiebox aangepast aan de eisen van de OESO en houdt de belastingdruk op 5 procent. Het is nog wachten op de plannen van Luxemburg. Met een ruim toepassingsgebied en een lage belastingdruk van 5 procent zet België zichzelf internationaal op de kaart, besluit Pieter Van Den Berghe.

De Softwarewet bevat bepalingen rond de bescherming en verloning van softwarecreaties door personeel. Het auteursrecht beschermt alle aspecten van een computerprogramma. Het omvat het controlerecht over de exploitatie van het programma of de vermogensrechten. Daarnaast zijn er rechten die de naam en reputatie van de auteur beschermen, de morele rechten. Het zijn niet altijd de auteurs zelf die de auteursrechten op een computerprogramma bezitten.
De auteur is de persoon die het programma ontworpen heeft en die de architectuur en structuur ontwikkelde. Hij bezit de rechten tenzij hij die overgedragen heeft. Ontwikkelde hij het programma tijdens zijn werk? Dan krijgt de werkgever de vermogensrechten. De werkgever – en dus niet de werknemer of de statutaire ambtenaar – mag deze rechten op het computerprogramma exploiteren. Wil de werkgever de auteur vergoeden voor zijn creatie? Dan kan dat onder bepaalde voorwaarden als een roerend inkomen in hoofde van de genieter worden gekwalificeerd. Deze inkomsten zijn onderworpen aan een vlak belastingtarief van 15 procent, in principe tot 57.590 euro voor inkomsten uit 2016. ‘Op die manier vermijd je ook discussies over de definitieve verwerving van de vermogensrechten’, besluit Hendrik Serruys, vennoot EY Tax Consultants.
Fiscale gunstregimes voor intellectuele eigendomsrechten
Met zijn Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) actieplan wil de OESO onder meer vermijden dat multinationals hun octrooien en andere intellectuele eigendomsrechten verplaatsen uit het land van creatie naar het land met de meest gunstige fiscale behandeling.
 ‘Daarom mogen inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten slechts van een fiscaal gunstregime genieten als in het land van dat regime een ‘substantiële activiteit’ plaatsvindt’, legt Steven Claes uit, vennoot EY Tax Consultants.
Uitgaven voor ontwikkeling
Dit wordt beoordeeld aan de hand van de nexus-approach, die rekening houdt met de uitgaven voor de ontwikkeling van het intellectueel eigendomsrecht. Blijkt dat het recht 100 procent lokaal is ontwikkeld? Dan komen alle inkomsten in aanmerking voor het gunstregime. Een deel van de ontwikkeling uitbesteden is geen probleem. ‘Maar in de mate dat de multinationale onderneming de ontwikkeling heeft uitbesteed aan andere entiteiten van de groep, komt een deel van de inkomsten niet in aanmerking’, waarschuwt Pieter Van Den Berghe, executive director EY Tax Consultants.

Bron: De Tijd – inzicht